Informatie  Vieren  Zorg  Leren  Onderweg  FinanciŽn  Plein v. Siena  Links

 

Wek mijn zachtheid weer.
Geef mij terug de ogen van een kind.
Dat ik zie wat is.
En mij toevertrouw.
En het licht niet haat.
                     (Huub Oosterhuis)

Soepel van geest.
Oecumene vraagt om zachtheid, flexibiliteit, beweeglijkheid.
Als wij allemaal de hakken in het zand zetten, komen wij niet dichter bij elkaar.
Maar als wij bereid zijn om onbevangen naar elkaar te kijken, met de ogen van een kind, dan kunnen wij naar elkaar toe bewegen. Dan kan er herkenning komen door soms eeuwenoude en vastgeroeste vooroordelen heen.
Huub Oosterhuis heeft in bovenvermeld lied woorden gegeven aan de bede om zachtheidÖ. Ö.

In dit lied klinkt een echo door van een middeleeuwse sequentie voor Pinksteren: Veni Sancte Spiritus, kom heilige Geest. Deze sequentie werd op het feest van Pinksteren gezongen als inleiding op het evangelieÖ. De vierde strofe bezingt de kracht van zachtheid, van soepelheid: Flecte quod est rigidum, fove quod est frigidum: maak soepel wat verstard is, verwarm wat verkild is.
Deze sequentie is een bede om de gave van Pinksteren, die de gave is van de veranderbaarheid. Dat is de kracht van de liturgie: dat zij woorden aanreikt voor ons eigen onvermogen, dat zij ons die woorden in de mond legt als wijzelf niet meer weten wat wij moeten zeggen. De sequentie spreekt uit wat wij misschien niet eens hardop durven zeggen: dat wij verkild en verstard zijn, vastgeklonken aan de feiten, gevangen in ons verleden, bang om een stap verder te zetten. Maar dat wij toch o zo graag die soepelheid van geest zouden ontvangen die ons in staat stelt om in beweging te komen. Ook in de oecumene.

Peter Nissen in: De Geest waait. Bezinning 56, uitgave van Raad van Kerken in Nederland, Amersfoort 2018.

 terug